Liespijn na eerdere chirurgie

Nadat we aanvankelijk diverse patiënten met verschillende vormen van liespijn zagen, waarover we in 2004 een artikel schreven in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (zie literatuur), bleek mettertijd dat we in toenemende mate geconfronteerd werden met mannen die pijn hadden na een eerdere liesbreukoperatie en vrouwen nadat ze eerder een keizersnede (of operatie dmv bikinisnede) hadden gehad. Uit toen door ons uitgevoerd onderzoek bleek dat een dergelijke liespijn eigenlijk zeer vaak voor kwam: respectievelijk bij de mannen tot 11% en bij de vrouwen tot 7%. In meer dan de helft van die gevallen berust het pijnsyndroom op een beknelling of beschadiging van een van de drie lieszenuwen 1.de nervus iliohypogastrica, 2. de nervus ilioinguinalis en 3. de nervus genitofemoralis (zie figuur 1 en 2).

Liespijn na operatie afbeelding 1

Figuur 1.

Pijn is in ons lichaam bedoeld als waarschuwingssignaal. Denkt u bijvoorbeeld aan de pijn die u ervaart wanneer u een te heet voorwerp wilt vastpakken: uw hand trekt zich dan terug. Als u met een hamer op uw vinger slaat, ontstaat weefselbeschadiging. Dit geldt evenzeer bij een ontsteking: het lichaam wil u waarschuwen en laten weten dat er iets aan de hand is.

Het gaat dan eigenlijk altijd om (dreigende) beschadiging van lichaamsweefsel, dat wordt waargenomen door de zenuwuiteinden en als signaal naar ons centrale zenuwstelsel wordt doorgegeven. Dat is dus nuttig en de zenuwen zijn de boodschappers. We noemen een dergelijke pijn een nociceptieve pijn (letterlijk: “schade waarneempijn”). Indien echter, om wat voor reden dan ook, de zenuw zelf beschadigd is en daarom pijnsignalen gaat afgeven, dan is dat een andere vorm, die we neuropathisch (abnormaal zenuwweefsel) noemen. Dat is eigenlijk een onzinnig pijnsignaal, behoudens dan dat het lichaam nu weet dat er iets met de zenuw niet in orde is.

Een dergelijke neuropathische pijn kan ontstaan als bij een eerdere liesbreukoperatie de lieszenuw(en) vast zijn komen te zitten in ofwel het geplaatste kunststofmatje, ofwel de hechtingen ofwel het littekenweefsel zelf, dat de neiging vertoont in de loop van de tijd te krimpen.

Hetzelfde kan gebeuren bij vrouwen die een dwars keizersnede litteken hebben: de zenuw die precies in de zijkant/hoek van dit litteken loopt, raakt in de loop van de tijd bekneld (zie tekening hieronder). 

Liespijn na operatie afbeelding 2

Figuur 2.

       

Klachten

Mensen met een dergelijke beknelde zenuw klagen over een brandende, soms stekende messcherpe pijn in het liesgebied, die kan uitstralen naar de binnenzijde van het bovenbeen of voorzijde van het been, de schaamstreek (het scrotum bij de man of de teelbal, de schaamlip bij de vrouw) en soms naar de rug.

De pijn kan zomaar opsteken, kan ook constant aanwezig zijn met af en toe heftige, soms misselijkmakende scheuten, afhankelijk van bepaalde houding verergeren (bijvoorbeeld bij zitten of juist uitrekken), erger worden bij hoesten of niezen en pas verdwijnen als men rustig ligt. Soms merken mensen dat ze niet op de zij waar de pijn zich bevindt, kunnen slapen. Gewone pijnstillers als paracetamol en naprosyne (of diclofenac) en zelfs morfine, helpen eigenlijk niet of nauwelijks. Sommigen kunnen niets hebben in de lies, de broek zit lastig of te strak en aanraken van de huid wordt als vervelend ervaren. Eigenlijk blijkt de huid in het pijnlijke gebied vaak anders aan te voelen, "dof / doof" of minder gevoelig te zijn. De pijn heeft ook invloed op het seksleven . Soms is een zaadlozing bij mannen, of voor beide seksen een orgasme extra pijnlijk, hetgeen na het vrijen soms wel een half uur kan aanhouden.

Er bevindt zich meestal in het littekengebied een extreem pijnlijk punt dat bij drukken de pijn kan opwekken.

Lichamelijk onderzoek

De arts zal uw lies en geslachtsorganen onderzoeken (inwendig onderzoek niet nodig) en nakijken op littekens. Daarna wordt de huid getest op gevoelskwaliteiten, met een eenvoudig wattenstaafje en koud gaasje. Daarna wordt gezocht naar een “triggerpunt”: het maximale pijnpunt. Indien dit gevonden wordt is het nuttig, mede om de diagnose te bevestigen, om een lokale injectie met een verdoving te plaatsen, in de buurt van het pijnpunt. Arts en patiënt kunnen na ongeveer 10-15 minuten al het effect beoordelen. Soms (na liesbreukchirurgie) is niet zenuwbeknelling het probleem, doch de aanwezigheid van de kunststofmat zelf in de lies, die op de omgevende structuren drukt. Uiteraard wordt bij het lichamelijk onderzoek gekeken naar eventuele andere oorzaken van de pijn, zoals een nieuwe (“recidief”) liesbreuk, etc.  (zie tabel 1). De lijst van mogelijke liespijnoorzaken is immers uitgebreid.

Behandelingsmogelijkheden

Indien er sprake is van een beknelde zenuw die de voordurende bron van pijnsignalen is, kan geprobeerd worden deze uit te schakelen met een combinatie injectie. Deze bestaat uit diverse stoffen: een verdovingsmiddel, een bind- en littekenweefsel oplossend middel en een hoeveelheid corticosteroïden. Een dergelijke injectie wordt weer gezet rondom de zenuw in het zogenaamde triggerpunt.

Indien injecties niet helpen, kan gekozen worden voor een operatieve benadering. Hierbij wordt de beknelde zenuw opgezocht, vrijgemaakt uit het omgevende littekenweefsel of de kunststofmat en naar de zijkant toe tot in gezond spierweefsel doorgeknipt en verwijderd. Deze twee behandelingsvormen worden door de chirurgen toegepast. Soms schrijven we medicatie voor bij die patiënten die niet met bovenstaande opties geholpen kunnen worden. Het betreft dan specifieke pijnstillers, “uitgevonden” voor neuropathische pijn: zoals Lyrica, Tryptizol e.d.

Alternatieve behandelingsmogelijkheden worden meestel door anesthesisten van een pijnteam uitgevoerd. Hierbij kan gedacht worden aan: zenuwstimulatie via de huid met stroompjes: Transcutane Elektro Nervus Stimulatie (TENS); injecties langs de wervelkolom; of Pulsed Radio Frequentie (PRF): een andere vorm van zenuwuitschakeling met een soort stroompjes en diverse soorten medicamenten.

Resultaten

De resultaten van de injecties variëren. Bij mensen na een eerdere liesbreukcorrectie komt het wel eens voor dat na een zogenaamde diagnostische injectie met alléén een verdovingsmiddel de pijn langdurig wegblijft. Ook na een eerdere keizersnede kan dit het geval zijn. Wij zagen dit bij ongeveer 10 tot 12% van onze patiënten. Aanvullende injecties met corticosteroïden gaven bij nog eens 10 tot 15% extra pijnverlichting. Indien tot operatie overgegaan wordt zijn de resultaten als volgt:

Na een liesbreuk met kunststof matje: 50–55% uitstekend tot goed; 25% redelijk; 20-25% slecht(er). Bij de mensen met een keizersnede-litteken zijn de resultaten over het algemeen iets beter: 70–75% uitstekend tot goed; 15% redelijk; 10-15% slecht(er).

Voor meer gedetailleerde gegevens kunt u terecht bij diverse literatuurverwijzingen van ons: verschillende Engelstalige (“peer reviewed”) artikelen en eveneens Nederlandse overzichtsartikelen, verschenen in gerenommeerde medische tijdschriften. Daarnaast treft u het proefschrift aan van collega Dr M. Loos: "Surgical management of chronic inguinal pain syndromes".

Wilt u een afspraak maken of heeft u vragen?

Liespijn
(040) 888 85 51

Openingstijden
Maandag tot en met vrijdag
08.30 uur tot 17.00 uur

Routebeschrijving